dichter |
|
|
|
Luuk Gruwez
Jubileum
Een paar van ons zijn er verdomd al niet meer bij. Soms klinkt het in ons hoofd rampzalig hol als in een kamer waar de inboedel is weggehaald. Wij missen hun aparte onomatopeeën, hun kwaadsprekerij, de vuilbekkerij, de sluwe stilistiek van God of Geilheid. En hoe het Hommelbier kon klotsen in hun jamben.
Een paar van ons zijn van ons weggegaan. Te vroeg. Het lijkt of ze nog bij ons zijn en langzaam en zelfs samen, maar ook al onvoorstelbaar ver en weg. Hun afscheid kende geen pardon en dondert in de verte na. Kom toch naar ons, kom ons toch na. Watou, oké, maar er is niets, nee niets zo paradijselijk als niet meer te bestaan.
En wij maar talmen. Wij willen met zijn allen alle dichters van de wereld zijn en liefst voorgoed. Vandaar dat wij zo blijven plakken, blijven hangen in dit gebenedijde dorp dat geen van ons ooit redden zal. Want kijk, ze staan al voor ons klaar: de magnifieke galgen. Weldra grijnst heel Watou ons triomfantelijk toe.
|