Al Galidi
DE NEDERLANDER OP Z’N DERTIGSTE
De Nederlander op z’n dertigste. Zijn leven achter zich latend, vertrekt hij naar het donker met zijn hond en zegt: ‘Dit is mijn beste vriend.’
Logeren. De Nederlander op z’n dertigste slaapt op de bank, eet kliekjes en gaat zonder iemand die zijn afwezigheid voelt.
‘Laat het gaan’, mompelt hij. ‘Laat het gaan’, mompelt zijn hond. Zwarte gordijnen vallen dicht achter het raam van zijn ziel. Marihuana opent de deur van haar keuken op een kier, dringt zijn borst binnen. In een duistere wereld legt hij hinnikend het spoor tussen zijn hand en zijn mond aan.
Hij had vader kunnen zijn, maar heeft er zelf één nodig. Tegen de Nederlandse van dertig, die hem haar bloem gaf, zegt hij dat hij tijd nodig heeft, zichzelf wil zijn, doen wat hij wil. Hij gaat, verlaat haar op haar veertigste. ‘De tijd’, zucht hij. Zijn hond knikt. ‘De tijd vliegt.’
Hij staart naar zijn gouden haren, die hem één voor één verlaten, als de generaal die zijn soldaten ziet vallen in niemandsland.
Hij leunt op zijn grafsteen: ‘Hier rust de Nederlander, die op z’n dertigste stierf maar pas jaren later begraven is.’
Geen hoop, geen ambitie, geen vuur. Zijn hond leidt hem de herfst in.
Meer over Al Galidi.....>
|