< terug naar overzicht nelleke noordervliet
 

 

Nelleke Noordervliet

 

Perdu

Brief over de liefde

 

Chère Madame de Merteuil,

 

Ik bewonder u. En ik beklaag u. Dat de pokken uw gelaat onherstelbare schade toebrachten is vervelend, maar een huid vol putten en kraters is in uw tijd geen bijzonderheid. Bovendien zijn uw brille en uw schoonheid niet afhankelijk van uiterlijkheden. Dat u naar Holland werd verbannen is een stuk ernstiger. Om te schitteren heeft u een stimulerende omgeving nodig, spiegels en zilver die uw licht weerkaatsen. Gewaagde, geestige conversatie. Niet te vinden in dit zompige moeras! Met mist hier verfijning en subtiliteit. Lichtheid. Dit is een land van de dorsvlegel en de hakbijl, niet van het floret en het fileermesje. Maar zelfs daarom beklaag ik u niet.

             Ik beklaag u erom dat niemand heeft gezien hoezeer u gloeit van liefde. Ik beklaag u erom dat niemand de ondertoon in uw brieven heeft beluisterd, dat u tot een karikatuur van uzelf werd gemaakt, een getuige à charge van het nieuwe beeld van de vrouw. Zoals u was, zo mochten de vrouwen niet worden. Nee, ze moesten lijken op de burgertutjes De Tourvel en De Volanges! In uw verbond met Valmont wedijverde u met hem. U stak hem naar de kroon in doortraptheid. Dat werd u meer kwalijk genomen dan hem. Een typisch voorbeeld van ongelijke behandeling zouden we nu zeggen. Bovendien bent u verkeerd begrepen.

Weg met de beschuldigingen. Weg met het gewenste gedrag. Weg met de invoelende gesprekken, de waxinelichtjes rond het bed, het voor- en naspel. Weg met de voorschriften. Zullen we over de liefde praten? De liefde die zich niet schaamt en zich van rolpatronen niets aantrekt? U bent altijd een vrouw met ambities geweest. Tenzij vrouwen de ambitie tot overdreven kuisheid of ruimschotig moederschap hadden, werd ambitie in vrouwen niet gewaardeerd in uw tijd. In mijn tijd ligt dat anders, maar ambitieuze vrouwen zijn nog altijd een tikje verdacht. Worden niet als eerste uitgekozen als het om de liefde gaat. Vinden mannen op hun weg die angstig terugwijken na aanvankelijk gecharmeerd en geïmponeerd te zijn. O god, een vrouw met kloten! Wat weten die mannen van de liefde? Hooguit weten ze iets van eigenliefde.

De liefde. Is daarin iets veranderd?

             U hield van Valmont. U hield van hem in het besef dat uw liefde onbeantwoord zou blijven. Maar u hield van hem zoals niemand ooit van hem zou houden. Hij was niet in staat dat te onderkennen. Ijdel, dom, kortzichtig als hij was. Mannen houden niet van vrouwen zoals u. U bent te slim, uw schoonheid is te rijp, uw geest te spits, uw intelligentie te scherp. Toch viel u als een blok voor hem. Ware liefde houdt nergens rekening mee, al is ze niet blind. Maar ware liefde is een zeldzaamheid. In de gewone, alledaagse, bangelijke liefde bestaat een sekse-gebonden hiërarchie. Mannetje moet vrouwtje de baas zijn. Moet ouder zijn, slimmer, sterker. Daarvan bent u het slachtoffer. Het is bekend dat meisjes op gemengde scholen zich vroeger minder slim voordeden om hun kansen op de huwelijksmarkt niet te verspelen. Slimme vrouwen spelen met de hiërarchie maar raken er toch in verstrikt.

 Op wie worden vrouwen verliefd? Welke ideaalbeelden projecteren we in een prachtig profiel, een nonchalante houding? Wat willen we eigenlijk van de man? Dat hij lief is? Teder? Betrouwbaar? Dat willen we misschien wel, maar we vallen altijd weer voor de Valmonts, de Don Juans, de Casanova’s.  Met open ogen en tegen beter weten in. Ik vind dat een interessante kwestie die we eens op ons gemak uit moeten spitten. Dat domme vrouwen vallen voor Don Juan is begrijpelijk. Dat slimme vrouwen, die het spel onderkennen, niettemin door de knieën gaan, zet de kwestie van liefde en verleiding op scherp.

             Gisteren had ik voor de radio (wat dat is leg ik later weleens uit!) een gesprek over het ontbreken van de verleider of de verleidster in de Nederlandse literatuur. Bestaat zo’n type niet in onze werkelijkheid dat wij hem niet beschrijven? Zeker wel, al denk ik dat ze in Nederland dunner zijn gezaaid dan in zuidelijker landen. Dat is geen kwestie van gebrek aan talent, maar vooral omdat Nederlandse mannen vanouds niet erg hanig zijn. De verhoudingen zijn hier altijd net iets meer egalitair geweest dan elders. Vriendschappelijker. Samen de schouders eronder, ieder aan zijn eigen kant van het bed. De Nederlandse man is als minnaar een saaie Piet maar als echtgenoot betrouwbaar. De verleider, zo die bestaat in Nederland, is een louche schlemiel, een bedrieger in een vale jas met mooie praatjes waar we niets voor kopen. Als hoofdpersoon in een roman is de schlemiel wel degelijk aantrekkelijk, maar dan wordt niet zijn verleidingskunst bewierookt, doch vooral zijn ondergang beklemtoond. Waarom hebben we een blinde vlek? We schamen ons. We zijn er te ernstig of te ironisch voor. Te moralistisch vooral. Verleiden is slecht. De verleider speelt een spel met de liefde en met de geliefde. Niet de liefde maar het spel met de liefde is hem ernst. Dat mag niet. We moeten van het geheven vingertje af. Van het geheven wijsvingertje wel te verstaan. Verleiden is geen zonde. Maar: als verleiden geen zonde meer is, gaat er misschien ook de lol van af. Wie het spel van verleiden wil blijven spelen heeft de afkeuring van de gemeenschap nodig.

             U bewijst dat liefde en verleidingskunst elkaar niet hoeven uit te sluiten. U bent er zelfs voor mij een tragische heldin door geworden, een slachtoffer van de liefde. En daar zit u nu, in Holland. Geschonden. Te schande gemaakt. Bestraft. U heeft alles verloren. U bent uniek in de literatuur. Uw tijd ver vooruit. U brengt me op een idee. Ik moet aan het werk. Wie weet schrijf ik u later nog weleens.  In haast, Uw vriendin Nelleke Noordervliet