Adriaan Jaeggi

 

 

Alleen

 

Ik zag het meteen toen ik binnenkwam: een homo, drie stellen en één vrouw alleen. Die was dus voor mij bestemd.

Mijn getrouwde vrienden kunnen het maar moeilijk ver­kroppen dat niet iedereen zo gelukkig is als zij, dus eens in de zoveel tijd proberen ze met zorgvuldig geregisseerde toe­valli­ge ontmoetingen hun loslopende kennissen een vriendelijk duwtje te geven in de richting van de vaste relatie. Het doet me altijd weer denken aan de man die een muur dacht te bouwen door alle bakstenen in de­zelfde rich­ting te gooien, in het vertrou­wen dat ze zich vanzelf wel tot muur zouden stapelen.

Mijn medebaksteen van de avond heette Carolien, ze was vroe­ger fotomodel geweest en tegenwoordig had ze haar eigen cas­tingbu­reau. Dat was te zien - dat ze model was geweest, bedoel ik. Behalve ex-model was ze ook de ex van haar vroegere agent, dus tegenwoordig single, maar niet op zoek of zo. Ze genoot juist enorm van haar vrijheid.

De kaarten lagen zo wel heel snel op tafel, en ook het woord single deed me even terugdeinzen, maar Carolien bleek geen onaange­name tafelda­me. Ze lachtte aanstekelijk, vooral toen ik poneerde dat alleen zijn net zoiets is als kaal zijn: iedereen roept dat het niets uitmaakt, maar ze zijn toch blij dat ze het zelf niet zijn. Zelf kon ze geestig vertellen over het tv- en soap-wereldje, met sappige anecdotes over een aantal Beken­de Nederlan­ders, die ook maar heel gewone mensen bleken. Maar ze was wel blij dat ze nu haar eigen baas was, ver­trouwde ze me toe. Eigen baas, eigen geld, eigen huis, eigen tijd, héérl­ijk. Het was duidelijk dat zij dit soort ge­sprekken vaker had ge­voerd. Het was alsof we samen op de grote weg zaten en er een vertrouwde afslag op de bor­den was verschenen.

'Maar voel je je niet vaak alléén?' vroeg ik.

Caroliens elastische glimlach gaf geen krimp. Ze was vast een goed model geweest.

Natúúrlijk. Natúúrlijk was ze wel eens alleen, maar dat woog niet op tegen die gigantische vrij­heid waar ze zo van genoot. Nee, als het aan haar lag kon ze het best een tijdje zo uitzingen.

'Maar je wilt vast wel ooit kinderen,' volgde ik de vertrouw­de route.

Natúúrlijk. Natúúrlijk wilde ze ooit kinderen, maar niet nu. Ze was per slot van rekening nog maar net achtendertig.

Hoewel ik aan het begin van de avond de aandrang had gevoeld om bij de deur rechtsom­keer te maken (soms heb je even geen fut voor alweer een paringsdans) bleek Carolien een verade­ming verge­le­ken met de meisjes die ze eerder voor mij uitge­zocht hadden. Die zaten de hele avond te doen alsof zij niet de enige vrijgezelle vrouw waren en ik niet de enige vrije man. Soms wilden ze geen woord met me wisselen, alsof ze bang waren dat ik ze met mijn al­leenheid zou besmet­ten. Maar Caro­lien was gepokt en gemazeld in het vrije cir­cuit. Ze kende de procedu­re: positie innemen, verkennen, voorzichtige stap over de grens, en als je niet gebeten werd en de lucht waarmee de ander zijn territorium had afgepaald je wel aanstond, kon je eens voor­zichtig aan een eerste balts gaan denken. Ik schonk haar nog wat wijn in.

Ze was ook goed in bed. Een beetje zakelijk, maar wel betrok­ken.

 

 

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in het Volkskrant magazine