C.O. Jellema
'When daisies pied and violets blue...'
Een slanke vogel die zich zelden
laat zien. Laatst vloog hij tussen huis
en het huis hiernaast uit mijn kastanje
naar buurmans hoge es en riep
koekoek. Waardoor ik hem herkende.
Wat hij er zocht? niet zwervend boven
de velden her en der, opeens
vlakbij. A mocking bird. Ik had
wel iemand willen roepen: gauw,
de koekoek, maar gefopt begon
om hem mijn hond in het wilde weg
te blaffen.
Zo klinkt ongewild
plots tussen twee gedachten door,
je zit gehurkt een perk te wieden,
koekoek jij hier waarom hoezo
nog hier, niet ginds al, heen, een roep
van binnenuit Je richt je op
met slierten kleefkruid aan je handen,
even een standbeeld van verstilling
in heel die onverschilligheid
van groei, bloei, zon -terwijl de hond,
die waar .jij was wou zijn, verzaligd
slaapt, languit op het warme gras.