Bart Chabot


comeback

de doden kropen uit de grond omhoog

     probleemloos

alsof er geen last op hen drukte

er klonk niet het minste gerucht

    geen kraakje

een enkeling waagde zich in de middagzon

maar niet voor lang

de meeste verkozen de schaduw van de bomen

de koelte van de bijgebouwen

of verdwenen schielijk in de grond

de cypressen stonden erbij en keken ernaar

zij kwamen niet van hun plaats

hadden vastere grond onder de voeten

ikzelf was als de anderen

leeggelepeld

tegen het eind van de middag was het mijn beurt

ook ik ontdeed me van mijn zerk

- geaderd marmer met inscriptie

er viel mijn nabestaanden niets te verwijten -

zonder de vaas met droogbloemen

en het waxinelicht om te stoten

en volgde het pad tussen de graven

dat modderig was

na langdurige regenval

vederlicht liep ik

als een astronaut op de maan

ik zag er misschien uit als een ruïne

maar ik voelde me okee

ik had mezelf heruitgevonden

het begin kon beginnen

 

Uit: De Kootjesblues, uitg. Nijgh & Van Ditmar, 2000