Jana Beranová

 

De grote boom

        voor Giuseppe Penone

 

Een nieuwe Nurejev is opgestaan.

 

Blote voeten raken amper de grond,

de volmondige contouren gloeien

 

als wangen van een opgewonden

kind. Weinig bindt hem aan de aarde.

 

Zon en regen, hagel en storm

zijn rampspoed noch zegen.

 

Geen adders onder het gras krijgen

grip op die stam. Dit is de plek waar

 

hij heerst, ­opgepoetst en opgedoft,

de bevlogene die zich niet neer wil

 

leggen, spottend met zwaartezin. Geen

hemel zo hoog of hij zal ernaar grijpen  

 

alleen zijn wortels nog

 

 

Uit: Tussen aarde en hemel, De Geus, 2002