|
Najiba
Abdellaoui
(1981),
schrijfster, performance poet en jonge professional. Met de schoonheid van
imperfectie als voornaamste inspiratiebron schrijft ze gedichten, columns en
korte verhalen. Ze trad op als lid van het eerste en enige performance poetry
gezelschap van Nederland, Poetry Circle Nowhere, en won als eerste vrouw het
Nederlands Kampioenschap Poetry slam. In 2010 werd ze verkozen tot Stadsdichter
van Woerden.
Ali
Albazzaz
(1958), dichter in twee talen, Arabisch en Nederlands, journalist en
kunstcriticus. Van hem verschenen de volgende Nederlandstalige bundels: Een
kaars verduistert toch de zon, De ober van mijn dromen, Een
landschap van kalmte en Stem in pergola. Zijn vijfde Nederlandse
bundel is in aantocht. Regelmatig draagt hij poëzie voor tijdens literaire
bijeenkomsten en op radio en televisie.
Jan-Willem
Anker
(1978) debuteerde in 2005 met de bundel Inzinkingen, die werd bekroond
met de Jo Peters Poëzieprijs. Daarna verschenen Donkere arena (2006) en
Wij zijn de laatste geliefden in de wereld (2009). Ankers werk is
ingetogen, contemplatief van aard. Het is kijk- en denkpoëzie. Als gedichten een
volume zouden hebben, dan staan de gedichten van Anker eerder zacht dan hard.
Sinds 2010 is hij redacteur van literair tijdschrift De Gids.
Benno
Barnard (1954), dichter, essayist, vertaler en toneelschrijver, is al jaren woonachtig
in Vlaanderen waar hij zich ontpopt heeft als een scherp criticus van de cultuur
aldaar. In prozaboeken als Dichters van het Avondland en Een vage
buitenlander zoekt hij naar de resten van een Europa waar hij zich als
linkse conservatief thuis had kunnen voelen. Zijn poëzie is verzameld in Het
Tongbotje (2006) en Krijg nou de lyriek (2011).
Maria
Barnas
(1973) is schrijver en beeldend kunstenaar. Ze publiceerde de romans Engelen
van IJs en De Baadster. Voor haar dichtbundels Twee Zonnen
(2003) en Er staat een stad op (2007) werd ze bekroond met
respectievelijk de C.Buddingh-prijs en de J.C. Bloemprijs. Vorig jaar verscheen
Fantastisch, een bundeling van haar columns voor NRC Handelsblad.
Abdelkader
Benali
(1975) Zijn debuut Bruiloft aan zee werd in 1997 bekroond met de Geertjan
Lubberhuizen Prijs, in 1999 met de Prix de Meilleur Premier Roman Etranger (Frankrijk)
en genomineerd voor de Libris Literatuurprijs (die uiteindelijk ging naar zijn
roman De langverwachte). Overige publicaties o.m.: Laat het morgen
mooi weer zijn, Marokko door Nederlandse ogen 1605-2005, de
dichtbundel Panacee en De stem van mijn moeder. In 2010 werd zijn
werk bekroond met de E. du Perronprijs.
Jana
Beranová
schrijft poëzie en proza: zeven dichtbundels en Werkboek verschenen
inmiddels van haar hand. Ook maakte ze naam als vertaalster van de romans van
Milan Kundera en veel Tsjechische dichters, zoals Miroslav Holub. Terugkerende
thema´s zijn het breekbare en de maatschappij. Naast de bomen en de bloemen, die
we gelukkig ook hebben. Enkele van haar teksten zijn geplaatst in de openbare
ruimte (Maritiem Museum in Rotterdam, Emma kinderziekenhuis in AMC).
Arie
van den Berg
(1948) is dichter, poëzierecensent voor NRC Handelsblad en leraar poëzie aan de
Schrijversvakschool Amsterdam. Voor zijn debuut Mijn broertje kende
nog geen kroos (1970) kreeg hij de Reina Prinsen Geerligsprijs. Zijn derde
bundel Blijmoedig aan het graf te denken (1995) werd genomineerd voor de
Gouden Uil. Op het laatste Nederlands bankbiljet van 10 gulden stond zijn
gedicht IJsvogel en teksten van hem zijn te vinden onder het A8-viaduct
in Koog a.d. Zaan.
Marion
Bloem
(1952).
In 1983 werd haar romandebuut
Geen gewoon Indisch meisje
een bestseller, en in 1983 verscheen ook haar documentaire
Het land van mijn ouders. Naast een groot aantal romans, verhalen-, en dichtbundels, jeugdromans en
kinderboekjes, maakte zij een aantal opvallende film- en tv-produkties en
kortgeleden de grote speelfilm Ver van familie gebaseerd op haar
gelijknamige roman. In 1993 ontving Marion Bloem de Du Perron Prijs. Haar
voorlaatste roman is
Vervlochten Grenzen,
die genomineerd werd voor de Du Perron Prijs 2009. Haar gedicht
Geen Requiem over
de tweede wereld oorlog in Nederlands-Indië is in 2010 in boekvorm verschenen.
In 2010 verscheen van haar een non-fictie boek over partners van prostaatkankerpatiënten
onder de titel van
Als je man verandert.
In februari 2011 verscheen haar nieuwe succesvolle roman
Meer dan Mannelijk
bij Prometheus. Ze ziet literatuur als haar echtgenoot, film als haar beste
vriend, en de beeldende kunst als haar minnaar.Zie ook
www.marionbloem.nl.
Jan
Boerstoel
(1944), schrijver van teksten en liederen voor o.a. Karin Bloemen (waarvoor hij
de Annie M.G. Schmidtprijs kreeg), Cabaret Don Quishocking, Jenny Arean, Adèle
Bloemendaal, en Youp van 't Hek. Daarnaast werkte hij voor radio en televisie,
bijvoorbeeld voor De Taalstraat van Teleac. Ook schreef hij columnachtige
gedichten voor Het Parool en het Algemeen Dagblad, waarvan selecties in Veel
werk en Altijd het niemandsdier verschenen.
Tsead Bruinja
(1974) Zijn Nederlandstalige debuut
Dat het zo hoorde
werd gepubliceerd in 2003 en het jaar daarop genomineerd voor de
Jo Peters Poëzie Prijs.
Bruinja stelt bloemlezingen samen (o.a. de vermaarde Kutgedichten),
recenseert, presenteert, interviewt en treedt op in binnen en buitenland. Zijn
meest recente bundels zijn
Overwoekerd
en
Angel.
Sinds 2008 schrijft Bruinja één keer per maand een gedicht bij de actualiteit
voor het EO radio 1 programma
Dit is de dag.
Eind 2008 werd Bruinja genomineerd als
Dichter des Vaderlands
voor de periode 2009-2013. Bruinja werd tweede.
Frans
Budé
(1945) debuteerde met de bundel Vlammend marmer, gevolgd door nog tien
dichtbundels, waaronder De trein loopt prachtig binnen (2003), Blauwe
rijst (2006) en Bestendig verblijf (2009), zijn zilveren
dichtersjubileum. Bij die gelegenheid karakteriseerde de NRC zijn poëzie als een
'scherp en eigenzinnig oeuvre dat bij herlezing recht overeind blijft'. De
Volkskrant typeerde het werk als een 'tijdloos en nauwgezet onderzoek naar de
grenzen van leven en dood, herinnering en vergeten, taal en stilte'.
Bernhard
Christiansen
(1969), schrijver, dichter en theatermaker, won het Vlaamse 'Poëzie 2005' en het
NK Poetry-slam in 2007. Hij is de bedenker en spil van De Vorlesebühne. In 2011
verscheen zijn eerste dichtbundel "Nu daarentegen”. Samen met pianiste
Isabelle van Dooren treedt hij op met een klein persoonlijk programma Onsje,
gedichten gebaseerd op hun beider jeugd, gecombineerd met moderne muziek;
een programma net zo vreemd als ontroerend en herkenbaar.
Ellen
Deckwitz
(1982) is sinds 2000 actief als dichteres en performer in binnen- en buitenland.
In 2009 kreeg ze de Meander Dichtprijs toegekend voor haar poëzie, won het
Nederlands Kampioenschap Poetry Slam én verbeterde het Nederlands record voor
de meeste gewonnen poetry slams in één jaar tijd. Ze is een van de vijf leden
van het Utrechts Dichtersgilde, dat in 2009 werd opgericht rond Ingmar Heytze,
de stadsdichter van Utrecht.
Tom
van Deel
(1945), dichter sinds zijn debuut Strafwerk (1969). Hij was leraar
Nederlands en universitair docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de
Universiteit van Amsterdam. Van 1969 tot 2007 was hij literair criticus van
dagblad Trouw en van 1974 tot 1980 redacteur van De Revisor. Naast
gedichten schreef hij ook essays, stelde bloemlezingen samen en verzorgde
tekstedities, o.a. van het werk van Vestdijk. Boven de koude steen uit
2007 was zijn laatste dichtbundel.
Nico
Dijkshoorn
(1960) Na zijn bijdragen aan o.m. Veronica en GeenStijl kwam zijn doorbraak naar
een breder publiek met een sportcolumn in de Volkskrant en teksten voor Café de
Wereld. Ook schreef hij columns voor Johan, Voetbal International, dagblad de
Pers, Muziekkrant OOR, NU.nl en Webwereld, verhalen in de tijdschriften Hard
Gras, Reload, Bouillon en JFK, teksten voor televisieprogramma's Draadstaal en
De Wereld Draait Door. Als P. Kouwes publiceerde hij de dichtbundel Daar
schrik je toch van.
Serge
van Duijnhoven
(1970), schrijver, dichter, filmcriticus en historicus. Oprichter van tijdboek
MillenniuM, Cinema Redux en frontman van de band Dichters Dansen Niet.
Debuteerde in 1993 met de bundel Het paleis van de slaap. Recente
publicaties: Klipdrift (poëzie) en De zomer die nog komen moest (proza).
In 2011 verscheen Bitterzoet, een lyrische hommage aan Serge Gainsbourg.
Met muzikanten, schrijvers, conferenciers en zangers toert hij door Nederland en
Vlaanderen met de voorstelling Gitanes & Jazz.
Remco
Ekkers
(1941) dichter, poëziecriticus en prozaïst, debuteerde in 1979 met de
poëziebundel Buurman. Hierna verschenen veertien bundels, waaronder
Een faun bij de grens (1986), De vrouw van waarden (1989), Het
gras vergeten (1991), De Alice voorbij (2005), Opgewekte & Nuttige
gedichten (2007) en Pinksterbloemen in september (2010). Zijn
mooiste ogenblikken? 'Als je voorleest voor publiek en je voelt dat je woorden
overkomen en die woorden de mensen raken.'
Edwin
Fagel
(1973) publiceerde twee dichtbundels waarvan zijn debuut Uw afwezigheid
werd bekroond met de Jo Peters Poëzieprijs 2008. Hij is neerlandicus en werkzaam
als journalist. Daarnaast is hij redacteur van poëzietijdschrift Awater en het
webzine deRecensent. Komend najaar verschijnt zijn nieuwe dichtbundel.
Hélène
Gelèns
(1967) publiceert gedichten, kort proza en essays. Voor Niet beginnen bij het
hoofd uit 2006 ( "dansant, licht en vrolijk" volgens Ilja Leonard Pfeijffer)
werd ze genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. Zet af en zweef uit 2010
leverde haar de Jan Campertprijs op. "Als het niet zo plechtig klonk, zou men
kunnen zeggen dat dit poëzie van grote wijsheid is", schreef Piet Gerbrandy over
deze bundel.
Eva
Gerlach
(1948) debuteerde in 1979 met de dichtbundel Verder geen leed. Met
eeuwenoude onderwerpen als de vergankelijkheid, het verlies van het verleden en
het existentieel gemis is haar poëzie steeds meer los komen te staan van de
grote naoorlogse stromingen in de Nederlandse dichtkunst. Ironie, therapeutische
werking of talige autonomie spelen nergens in haar werk een overheersende rol.
Zij is vooral de ingetogen, onsentimentele maar indringende vormgeefster van
menselijke emoties en beweegredenen. In 2000 ontving ze voor haar poëzie de P.C.
Hooftprijs.
Micha Hamel
(1970), componist, dirigent en dichter, componeerde orkestwerken, liederen,
kamermuziek en elektronische muziek voor de concertzaal, dans en theater. Hij
dirigeerde hedendaagse en klassieke muziek in binnen- en buitenland. Als dichter
debuteerde hij in 2004 met de bundel Alle enen opgeteld,
waarvoor hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs ontving. Daarna verschenen
nog zijn bundels Luchtwortels en Nu je het vraagt. Momenteel
componeert hij aan twee stukken voor het Holland Festival.
Erik
Jan Harmens
(1970) publiceerde drie dichtbundels: In menigten (2003),
Underperformer (2005, winnaar van de Gedichtendagprijs en genomineerd voor
de Paul Snoek Poëzieprijs, Jo Peters Poëzieprijs en J.C. Bloemprijs) en
Gospels en psalmen (2008). In 2009 verscheen een door hem samengestelde
bloemlezing van dichters die debuteerden in de afgelopen tien jaar, getiteld:
Ik ben een bijl. Nu werkt Erik Jan aan een vierde dichtbundel en aan een CD
met Nederlandstalige liedjes.
Kees
’t Hart
(1944) debuteerde in 1988 met de prozabundel Vitrines. Sinds 1997 ontving
hij diverse prijzen waaronder de Friese Pieter Jellespriis voor zijn roman
Blue Curaçao. In maart 2000 werd de dichtbundel Kinderen die leren lezen
(1998) bekroond met de allereerste Ida Gerhardt Poëzieprijs. In 2002 ontving hij
voor zijn roman De revue de Multatuliprijs.
Marjolijn van Heemstra
(1981) schrijft/schreef voor onder andere Trouw, nrc.next en
National Geographic. In 2006 publiceerde ze samen met Hanina Ajarai het boek
Land van werk en honing over de eerste generatie migrantenvrouwen in
Nederland. Daarnaast schrijft ze theaterteksten, die ze deels zelf op de planken
brengt, zoals Family 81 en (online) poëzie: Als Mozes had doorgevraagd.
Met haar gedichten treedt ze regelmatig op, zo was ze te zien tijdens het
Noorderslag- en het Weerwoordfestival en Poetry Africa.
Ingmar
Heytze
(1970), publiceerde acht dichtbundels, drie dagboeken en een verzameling
prozaminiaturen. Als columnist werkte hij de afgelopen jaren voor de Volkskrant,
DAG en het AD Utrechts Nieuwsblad. Verder is hij programmeur van het Huis van
de Poëzie en De Nacht van de Poëzie. Als eerste vervulde hij de
functie van Utrechtse stadsdichter. In 2009 werd zijn gehele oeuvre bekroond met
de C.C.S. Croneprijs. Meest recente dichtbundel: Elders in de wereld.
Rozalie Hirs
(1965 ), componist en dichter, maakte
haar poëziedebuut in het literaire tijdschrift De Revisor. In 1998 verscheen
haar eerste bundel Locus, in 2002 en 2005 volgden Logos en
Speling. Haar werk werd geselecteerd voor De 100 beste gedichten van 1998,
2002, 2005 en 2008. Naar het waarom van haar poëzie, antwoordde ze desgevraagd: "Zolang
er taal is, is poëzie even onvermijdelijk als het eigen leven". In 2008
verscheen haar bundel Geluksbrenger.
Wim
Hofman
(1941), auteur, illustrator, beeldend kunstenaar, kreeg in 1991 voor zijn werk
als kinderboekenschrijver de Theo Thijssenprijs van de P.C. Hooftstichting. In
2006 verscheen Wim zonder titel (2006), waarin zijn beeldend werk wordt
belicht. De laatste jaren publiceert hij vooral gedichten: Wat we hadden en
wat niet (2003), Na de storm (2005) en Op zekere dag ziet u
plotsklaps de ware liefde (2009).
Sander Koolwijk
(1975) debuteerde in 2005 officieel in de befaamde Windroosreeks waarin ook
dichters als Campert, Kouwenaar en Andreus debuteerden. In datzelfde jaar werd
hij Nederlands Kampioen Podium Poëzie. Sander draagt zijn poëzie voor op
festivals als Poetry International tot en met Lowlands; bij de laatste won hij
in 2008 de All Star Poetry Slam. Koolwijk publiceert in musea, bloemlezingen en
literaire bladen, geeft workshops en produceert Timecode filmpjes en
VJ-materiaal met poëzie.
Dick
Keulemans (1959) is tandarts, kunstenaar en eerstejaars student aan de
Paul van Vliet Academie voor cabaret, kleinkunst & entertainment. Sinds de
eerste aflevering van Poëzie op Pootjes in 2005 speelt dichten een belangrijke
rol in zijn leven. Hij nam met wisselend succes deel aan poëzieslagen ‘Festina
Lente’ in Amsterdam, ‘Dichter bij de Bar’ in Delft en ‘Poëzieslag Eemnes’ In
2011 verscheen bij de Witte Uitgeverij, in de reeks ‘Haags Fris’, de bundel
‘Over de hoofden’ met gedichten van Dick en zijn vader Jim Keulemans. Zijn
laatste publicatie is een gedichtenspecial in het Haags Straatnieuws van juli/augustus
2011.
Rutger
Kopland
(1934), debuteerde in 1966 als dichter met de bundel Onder het vee,
gevolgd door Het orgeltje van yesterday (1968) en Alles op de fiets
(1969) waarvoor hij de Jan Campertprijs kreeg. Daarnaast ontving hij de
Herman Gorterprijs in 1975, de Paul Snoekprijs in 1982, de P.C.Hooftprijs in
1988 en de VSB Poëzieprijs in 1998. Zijn gedichten verschenen in de
tijdschriften Tirade en Hollands Maandblad en werden in vele talen vertaald. In
2008 verscheen Toen ik dit zag, zijn veertiende gedichtenbundel
Erik
Lindner
(1968) begon al op zijn zestiende met het voordragen van gedichten en werkte de
eerste jaren veel samen met verschillende muzikanten. Hij publiceerde vier
dichtbundels waarvan Tramontane (1996) de eerste en Terrein de
meest recente is. Op de website van De Groene Amsterdammer heeft Lindner een
wekelijkse rubriek over poëzie. Ook is hij redacteur van De Revisor.
Lieke
Marsman
(1992). Ze publiceerde al in het literaire tijdschrift Tirade, stond op de
Nacht van de Poëzie en haar naam klonk regelmatig als het ging om nieuwe
talenten in de poëzie. Nu is ze dan echt gedebuteerd: na Hendrik Marsman en
Bernlef de derde Marsman in de Nederlandse poëzie. Voor haar bundel Wat ik
mijzelf graag voorhoud, ontving zij de Lucy B. en C.W. Van der Hoogt prijs
2011 en een nominatie voor de C.Buddingh'-prijs.
Neeltje
Maria Min
(1944), debuteerde met 'Voor wie ik liefheb wil ik heten' , dat een voor
dichtbundels ongebruikelijke aantal van 20 herdrukken haalde. Door haar vaak
autobiografische en open gedichten, introduceerde zij de dichtkunst bij een
nieuw publiek . Veel later verschenen de bundels Een vrouw bezoeken -
gedichten over de onvoorspelbare, liefdevolle als tragische aspecten van de
relatie tussen ouders en kinderen - en Kindsbeen.
Thomas
Möhlmann
(1975), dichter, medewerker van het Nederlands Letterenfonds en
redacteur van poëzietijdschrift Awater. Zijn debuutbundel De vloeibare jongen
(2005; genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs en bekroond met de Lucy B. en C.W.
Van der Hoogt prijs) werd in het najaar van 2009 gevolgd door Kranen open (genomineerd
voor de Jo Peters Poëzieprijs). In Möhlmanns tweede poëziebundel mag er veel
meer 'ik' gelezen worden als er ik staat, meldt de dichter.
Kreek
Daey Ouwens
(1942) schrijft gedichten, toneel en proza. Ze publiceert regelmatig in
literaire tijdschriften als Hollands Maandblad, De Gids, De Revisor en Tirade en
debuteerde met Stokkevingers, een bundel verhalen en gedichten. In de
verhalenbundel Tegen de kippen en de haan (1995) en in haar prozagedicht
Kinderbed (2003) mengt ze kinderherinneringen en gevoelens van rouw. De
bundel De achterkant werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs 2011.
Diana
Ozon
(1959) debuteerde bij de Koekrant met vijf bundels. Met haar bundel Hup de
Zee maakt ze in een jaar een tournee van 7000 kilometer door Nederland. Haar
liefde voor oude binnensteden en Amsterdam beschrijft zij in Stad Sta Stil.
De mens, natuur en wereld staan centraal in Bronwater. Haar bundeling
liefdesgedichten draagt de titel Hartspanne. Naast performances en
optredens met haar band is Ozon onder meer gastdocente poëzie en presenteert de
maandelijkse poëzieavonden op sociëteit De Kring .
Hagar
Peeters
(1972) debuteerde met de dichtbundel Genoeg gedicht over de liefde vandaag,
die werd genomineerd voor de NPS Cultuurprijs. In 2003 verscheen Koffers
Zeelucht, dat werd bekroond met zowel de Jo Peters Poëzie Prijs als de J.C.
Bloemprijs, en genomineerd voor de Anna Bijns Prijs. In 2008 verscheen Loper
van licht. Voor haar nieuwste dichtbundel Wasdom verzamelde Peeters
haar meest recente poëzie, gecombineerd met een selectie uit de gedichten die ze
vóór haar twintigste schreef.
Ester
Naomi Perquin
(1980) debuteerde in 2007 met haar dichtbundel Servetten halfstok, die
haar een nominatie voor de C. Buddingh'-prijs opleverde. In 2009 verscheen
Perquins tweede dichtbundel Namens de ander. Voor het VPRO radioprogramma
De Avonden schrijft zij wekelijks een bijdrage. Voor haar poëzie ontving
ze ondermeer de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2009, de Jo Peters
Poëzieprijs en de Anna Blamanprijs 2010. In 2011 is zij verkozen tot
stadsdichter van Rotterdam.
Ilja
Leonard Pfeijffer
(1968), dichter, romancier, essayist, criticus en polemist. Zijn debuutbundel
Van de vierkante man werd bekroond met de C. Buddingh'-prijs 1999 en
genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 1999 en de vijfjaarlijkse Paul Snoekprijs
2000. Zijn tweede poëziebundel, Het glimpen van de welkwiek (2001) werd
genomineerd voor de J.C. Bloemprijs 2003 en de Hugues C. Pernathprijs 2003. In
2002 verscheen de dichtbundel Dolores, elegieën en zijn romandebuut
Rupert, een bekentenis dat werd bekroond met de Anton Wachter prijs 2002.
Alexis
de Roode (1970) debuteerde in 2005 met de dichtbundel Geef mij een wonder, die werd
genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. De opvolger Stad en Land uit 2005
werd genomineerd voor de J.C. Bloemprijs. Met zijn levendige voordracht,
opgedaan in de poetry slam, stond de dichter inmiddels op de meeste grote
literaire podia, zoals de Nacht van de Poëzie, het Crossing Border Festival en
Lowlands. Zelf is hij medeorganisator van het Poëziecircus.
Jean
Pierre Rawie (1951) studeerde Slavische en Romaanse filologie aan de
Rijksuniversiteit Groningen. Hij
publiceerde een groot aantal dichtbundels, waaronder Woelig stof (1989),
Onmogelijk geluk (1992) en Geleende tijd (1999) die voor
Nederlandse begrippen zeer hoge oplagen haalden (van Onmogelijk geluk
bijvoorbeeld werden in korte tijd 50.000 exemplaren verkocht).
Naast
oorspronkelijke poëzie vertaalde hij gedichten uit het Russisch (o.a. Aleksandr
Blok), Roemeens (o.a. Eminescu), Italiaans (o.a. Marino), Spaans en Portugees.
In 2004 verscheen zijn (voorlopig) verzameld dichtwerk onder de titel
Verzamelde verzen en werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de
Nederlandse Leeuw. In 2008 ontving hij de Charlotte Köhlerprijs voor zijn gehele
oeuvre.
Rob Schouten (1954) debuteerde 33 jaar geleden met
de bundel Gedichten 1. Schouten was nog student en zijn poëzie uit deze
periode draagt ook onmiskenbaar het stempel van de student: verheven en groots
inzettend, vol branie en bravoure; dan weer jolig van toon; erg op seks
georiënteerd, soms ronduit plat; maar ook vaak geestig, puntig, gevat, scherp,
witty.
Zijn laatst verschenen verzamelbundel Vuil goed noemt de dichter een
goede gelegenheid om de afgelegde weg in 33 jaar eens samen te vatten. Volgens
de flaptekst is zijn poëzie allengs een fascinerende smeltkroes geworden van
religie, filosofie, heidendom en scepsis." Heel wat uit de eerste bundels
sneuvelt, uit de laatste mag er meer blijven want zo is het onherroepelijk: je
groeit mee met je werk, het laatste staat dichter bij me.'
Rense
Sinkgraven
is de voormalige stadsdichter van Groningen. In 2005 debuteerde hij met de
bundel Bombloesem. In 2009 kwam zijn bundel Sloop de stad met tedere
woorden uit. Sinkgraven combineert regelmatig poëzie en muziek. Hij schreef
de tekst van het titelnummer van de nieuwe cd van Frank Boeijen Genade.
Samen met dichter Keith Armstrong deed hij een korte tour door Ierland waarbij
ze optraden in Cork, Kinvara en Limerick. Ook stond hij tweemaal op het festival
ZuiderZinnen in Antwerpen.
Mustafa
Stitou
(1974)
studeerde filosofie aan de UvA. Hij publiceerde drie dichtbundels. Zijn bundel
Varkensroze ansichten (De Bezige Bij, 2003) werd bekroond met de VSB
Poëzieprijs en de Jan Campertprijs. Hij
trad op op tal van literaire festivals
in binnen- en buitenland. In 2009 was hij de Stadsdichter van Amsterdam. Mustafa
Stitou schrijft ook toneel.
Meindert
Talma
(1968) Na acht cd's en twee romans heeft Talma nu ook een dichtbundel: Laat
het orgel jammeren. De pers reageerde lovend op Talma's dichtdebuut. De
Volkskrant: 'Van de cd's van Meindert Talma ga je fluiten. Van zijn
gedichten krijg je een andere kijk op het leven. Magische zinnen.' Dagblad
van het Noorden: 'Zijn parlando-poëzie is in de verte verwant aan C.
Buddingh' en Jan Arends en doet niet onder voor die van, zeg, Nico Dijkshoorn'.
Willem
van Toorn
(1935), dichter, schrijver en vertaler, was redacteur van het literair
tijdschrift Raster. Voor zijn romans ontving hij de AKO Literatuurprijs en de
Libris Literatuur Prijs, voor zijn poëzie de Jan Campertprijs, de Herman
Gorterprijs en de A. Roland Holst-penning. Van Toorn vertaalde poëzie van onder
anderen W.S. Graham, Franco Loi en Cesare Pavese. Paesaggi, een keuze uit
zijn gedichten, verscheen in het Italiaans.
Anne Vegter
(1958) Vegter’s poëzie leeft. Het springt van, en rolt over de pagina’s
en doet z’n best om aan een vast stramien te ontkomen. Het jonge en enthousiaste
in haar poëzie wijst duidelijk naar het begin van haar carrière. In 1989
debuteert ze als kinderboekenschrijfster met De dame en de neushoorn .
Het boek wint het jaar erna de Libris Woutertje Pieterse Prijs. Haar laatste
bundel Spamfighter, waarin ze dezelfde levendigheid bereikt met
straattaal, krijgt in 2008 de VSB Poëziepublieksprijs.
Henk
van der Waal
(1960), vertaalde werk van onder anderen Julia Kristeva, Paul Auster en Maurice
Blanchot. In 1995 debuteerde hij met de dichtbundel De windsels van de sfinx,
waarvoor hij de C. Buddingh'-prijs 1996 kreeg toegekend. Daarna volgde de bundel
Schuldsanering, die genomineerd werd voor de Paul Snoek-poëzieprijs. De
bundel De aantochtster werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. In 2007
verscheen zijn vierde bundel Vreemdgang.
Rogi
Wieg
(1962), dichter, schrijver, beeldend kunstenaar en jazz/bluesmuzikant. Hij
publiceerde achttien boeken sinds 1985 en won verschillende prijzen. De komende
vier jaar verschijnen twee nieuwe dichtbundels met daarin tekeningen van
beeldende kunstenares Abys Kovács. Ook wordt gewerkt aan een boek met
schilderijen en tekeningen van zijn hand. Het gedicht Bar mitswa schreef
hij voor zijn neefje.
Ad
Zuiderent
(1944) debuteerde in 1968 als dichter met de bundel Met de apocalyptische
mocassins van Michel de Nostredame op reis door Nederland. Voor zijn vierde
bundel Natuurlijk evenwicht (1984), werd hem de Jan Campertprijs
toegekend. Recent verscheen zijn negende bundel Met wind in het haar.
Daarnaast publiceerde hij Na de watersnood (2003), de autobiografische
prozabundel Energieke doelloosheid (2008) en de biografie van de
schrijver Gerrit Krol, Van Korreweg naar Korreweg (2010).
Joost
Zwagerman
(1963), schreef naast zijn succesvolle romans al vijf dichtbundels. Roeshoofd
hemelt werd bekroond met de driejaarlijkse Paul Snoek Poëzieprijs. Vroege
bundels verschenen onder de titel Tot hier en zelfs verder. Ook
publiceerde hij negen essaybundels, waarvan Transito de shortlist van de
AKO Literatuurprijs haalde. In 2008 ontving hij de Gouden Ganzenveer voor zijn
gehele oeuvre en In 2010 was hij de auteur van het Boekenweekgeschenk, Duel.
|